Elke tractor koppelt zijn werktuigen aan via de driepuntshefinrichting — twee hefarmen onder, één topstang boven. Maar driepunt is niet gelijk aan driepunt: de categorie bepaalt of een werktuig past. Zo zit het.
De categorieën in het kort
- Categorie 1 — compact- en smalspoortractoren. Richtwaarden (ISO 730): onderste koppelpennen ± Ø 22 mm, topstangpen ± Ø 19 mm.
- Categorie 2 — de middenklasse (grofweg 45–100 pk). Onderste pennen ± Ø 28 mm, topstang ± Ø 25 mm.
- Categorie 3 — zware tractoren; in de fruitteelt zeldzaam.
Veel werktuigen zijn cat. 1–2: ze worden geleverd met pennen of bussen voor beide maten — zoals de Rinieri CRF 2 en de Ilmer PW-wals.
Zo herkent u uw categorie
- Meet de diameter van de gaten in de hefarmen (of de koppelpennen van een bestaand werktuig).
- Check het typeplaatje of instructieboek van uw tractor.
- Twijfel? Stuur ons merk en type — wij zoeken het op.
Waarom het nauw luistert
Een cat. 2-werktuig aan een cat. 1-trekker hangt niet alleen los — het is onveilig en belast de hef verkeerd. Andersom kan een licht werktuig met verloopbussen vaak wél op een zwaardere trekker. En vergeet naast de categorie het hefvermogen niet: een hefmast met volle kisten vraagt meer dan het bordje op de mast suggereert (het gewicht hangt vér achter de hefpunten).
Bedrijfsklaar aangebouwd
Bij ons hoeft u de puzzel niet zelf te leggen: wij leveren elk werktuig met de juiste aankoppeling voor uw machine — driepunt, Euro-opname of laderplaat — en bouwen alles af-fabriek aan. Stuur ons uw tractorgegevens en wij regelen de rest.



